Nieuws
Agenda

Biodiesel uit schimmels, een hoopvol alternatief?

De schimmel Umbelopsis isabellina slaat vet op in zijn cellen. Dat vet kan worden gebruikt voor de productie van biodiesel. Op plantaardig afval als voedinsbron is de hoeveelheid vet die de schimmel aanmaakt echter laag. Er is nog veel ruimte voor verbetering Dat stelde de onderzoekster leerstoelgroep Bioprocestechnologie van de Wageningen Universiteit. Op 30 november hoopt zij op basis van haar onderzoek te promoveren.

Meeuwse onderzocht of het mogelijk is om met inzet van schimmels, die op plantaardig afval groeien, dieselolie kan worden geproduceerd. Schimmels gebruiken koolstof en stikstof om te groeien en in leven te blijven. In een omgeving met veel koolstof en weinig stikstof kunnen schimmels niet de energie niet omzetten in groei en wordt de overtollige energie als vet opgeslagen. Op die manier poogde Meeuwse zoveel mogelijk olie uit schimmels te produceren. De schimmel Umbelopsis isabellina leek daarbij het meest geschikt.

De onderzoekster testte de schimmel op bietenpulp. Het bleek dat de schimmel slechts 5% van de bietenpulp omzette in vet. Uit de literatuur was bekend dat de schimmel beter presteerde op suikers in een reactorvat. Dat bleek ook toen Meeuwse de schimmel in een vat met glucose en stikstofzouten ging kweken. Toen maakte de schimmel zoveel vet dat zijn gewicht verdubbelde. Met modellen die ze uit deze experimenten ontwikkelde, bleek dat in een reactorvat 19 kilo biodiesel uit 100 kilo bietenpulp te maken is. Aan de hand van dezelfde modellen kon Meeuwse tevens uitrekenen dat een schimmel onder de meest optimale omstandigheden maximaal 25 tot 30 kilo per 100 kilo grondstof zou kunnen produceren. Dan is de energie output vijf maal hoger dan de input.

Meeuwse denkt dat de biodieselproductie in een reactorvat waarschijnlijk economisch niet haalbaar is, omdat het te hoge investeringen vergt. De vaste stoffermentatie is veel goedkoper en is veelbelovend. Er is nog veel ruimte voor verbetering. Biodiesel uit schimmels is daarom een hoopvol alternatief voor de toekomst.

bron: Resource – Wageningen UR