Omwenteling naar bio-based economy noodzakelijk en ingrijpend

Dat we toe moeten naar een bio-based economy is inmiddels iedereen wel duidelijk. Wat minder duidelijk is, is de weg erheen. Die is niet eenvoudig en vraagt doortastende keuzes op korte termijn. TNO en HCSS  gaan in een nieuw rapport in op de vraag wat een bio-based economy voor Nederland betekent. Maar men laat het niet bij visies: ‘Wat we nodig hebben zijn succesvolle business cases en bedrijven die de bio-based economy samen gaan realiseren.’

‘Niet iedereen beseft hoe ingrijpend de veranderingen naar een bio-based economy zijn’, zegt Rob Weterings van TNO. ‘We moeten het gebruik van aardolie, aardgas en kolen vervangen door plantaardige en dierlijke grondstoffen en reststromen. Het gaat echter niet alleen om vervanging van  grondstoffen. Bestaande economische sectoren als de agrofood, chemie, energie en logistiek gaan in nieuwe waardeketens op een andere manier met elkaar samenwerken.’ De agrosector zal niet alleen mensen en dieren voeden. De sector zal ook grondstoffen gaan leveren voor de farmaceutische en chemische industrie, en zal voorzien in grondstoffen voor de energievoorziening.

Hoogwaardige fijnchemie troef

De noodzaak tot verandering is niet alleen groot, de aard van de verandering net zozeer. Dus is het belangrijk precies te bekijken waar de kracht en de zwakte van de Nederlandse economie ligt. Hoe kan Nederland deze omwenteling maken, op zo’n manier dat we in Europees en mondiaal verband een sterke positie kunnen verwerven? Weterings: ‘We moeten in ieder geval doen waar we goed in zijn. Ten eerste beschikken we over veel bedrijven die hoogwaardige materialen isoleren uit plantaardige of dierlijke reststromen en die toepassen in producten. Zoals het vormen van bioplastics op basis van (aardappel)zetmeel, hetgeen al langer gebeurt. Ten tweede hebben we in Nederland een combinatie van petrochemie, havens en oliemaatschappijen. Rotterdam heeft een belangrijke functie als doorvoerhaven naar de Europese Unie. Dit betekent dat een groot deel van de noodzakelijke infrastructuur al aanwezig is voor de groene chemie met basischemicaliën die gewonnen worden uit gewassen.

Nadruk op bulk riskant

‘Toch moeten we ons niet rijker rekenen dan we zijn,’ zegt Weterings. ‘Als olie en aardgas goedkoper blijven, of als we biomassa blijven verbranden voor onze energievoorziening, ontwikkelen we geen sterke positie. Ook heeft Rotterdam als doorvoerhaven van bulk in toenemende mate flinke concurrentie te verwachten van andere havens in Europa.’ Kansen liggen voor een aanzienlijk deel bij het midden- en klein bedrijf, dat hoogwaardige producten voor voeding, farma en fijnchemie gaat winnen uit algen, gewassen en organische reststromen. ‘Veel bedrijven vinden juist in Nederland de kennis om uit organische grondstoffen bepaalde stoffen te isoleren.’ Maar onze MKB’ers zijn nog te vaak lonely cowboys. Ze hebben samenwerking nodig om sterk te staan, dat gebeurt nog te weinig. Bovendien werkt regelgeving nogal eens tegen en verloopt de communicatie met kennisinstellingen niet altijd gemakkelijk. Tel daar de uiterst voorzichtige houding van de banken en een onzekere markt nog maar eens bij op.

Business modellen ontwikkelen

Het moge duidelijk zijn dat we weliswaar goede ingrediënten hebben voor een stevige positie in een toekomstige bio-based economy, maar we hebben er nog geen sterk product van gemaakt. ‘Voorlopers,  met name MKB’ers die goed zijn in het maken van hoogwaardige producten op basis van biogrondstoffen, moeten we koesteren. Het is niet voor niets dat TNO hen helpt met de ontwikkeling van business modellen. We moeten aan het werk, en nog beter worden in hetgeen we toch al goed deden.’