Nieuws
Agenda

Publieksbijeenkomst My2030s Tanken bij de Boer zet publiek aan het denken

Hoe ziet ons toekomst er in 2032 uit? Deze vraag stond gisteren 14 november centraal in De Unie te Rotterdam. Hier werd de derde bijeenkomst van My2030s gehouden, met dit keer het thema: Tanken bij de Boer. Onder leiding van Michiel Hulshof werden verschillende pioniers, wetenschappers, visionairs en columnisten voorgesteld.

Menno van der Veen, Tertium, en medeorganisator van deze publieksbijeenkomst, presenteerde de visie achter deze evenementen. Er zijn veel verschillende manieren om naar de biobased economy te kijken. Er zijn verschillende controversen, waardoor het lastig is een oordeel te vormen. Deze bijeenkomsten staan voornamelijk in het teken van informeren en de verschillende visies van de sprekers te geven. Elke bijeenkomst behandelt een ander aspect uit het dagelijks leven in 2032. Tijdens deze bijeenkomsten worden op basis van verschillende rollen, sprekers uitgenodigd:

 

  • De pionier: Een ondernemer die nu al producten verkoopt die pas in de toekomst gemeengoed zullen worden.
  • De gevestigde onderneming: Een onderneming of iemand met veel kennis van gevestigde ondernemingen in de branche verteld hoe ze omgaat met nieuwe biobased ontwikkelingen
  • De visionair: een ondernemer, wetenschapper, kunstenaar of uitvinden die een brede en onderbouwde visie verwoordt op hoe de samenleving zal veranderen ten gevolge van een transitie naar een Biobased Economy.
De Pionier

Ook tijdens deze bijeenkomst waren deze rollen vertegenwoordigd. Als eerste werd de pionier aan het woord gelaten: Tjeerd Smit van HoSt (www.host.nl), Nederlands grootste leverancier van bio-energie systemen. Zijn bedrijf levert installaties die biomassa omzetten in biobrandstof. De biomassa die gebruikt kan worden is bijvoorbeeld mais en andere food gerelateerde grondstoffen, koeienmest of slib uit zuiveringswater. Elke installatie kan een andere grondstof omzetten in biogas. Dit brandbare biogas die direct uit de installaties komt, kan gebruikt worden om warmte te genereren, kan motoren aandrijven, maar kan ook gebruikt worden om in de grond te injecteren bij aardgaswinning. Zijn visie is dat we op dit moment in een transitie zitten, waarbij aardgassen steeds belangrijker gaan worden voor onze transport, en dat we via deze aardgas transitie makkelijk kunnen overstappen naar het gebruik van biogassen. In zijn ogen zullen in 2032 openbaar vervoer en auto’s op biogas rijden, stadsverkeer electrisch en vrachtwagens op LNG. Maar dat dit wel een wisselwerking is; voor het rijden op biogas moeten auto’s ontwikkeld worden die hierop kunnen rijden, maar moeten er ook steeds meer biogas tank mogelijkheden zijn. Daarnaast is het lastig om biogassen te promoten op dit moment, omdat biobased duurder blijft dan fossiel in de nabije toekomst. Maar door hier nu op in te spelen, gelooft hij in een positieve toekomst.

De gevestigde onderneming

De gevestigde onderneming van deze avond werd gerepresenteerd door Pieter van Essen van het Rotterdam Climate Initiative, en Project Director van de Rotterdamse Haven. De doelstelling die hij formuleerde is ambitieus, maar zet een punt op de horizon: in 2025 moet een reductie van 50% CO2 uitstoot gerealiseerd worden ten opzichte van 1990. Op dit moment, mede door de crisis, is de reductie 6%, maar door middel van onder andere biobrandstoffen zal een grotere reductie plaatsvinden. Maar niet alleen Biobased heeft zijn aandacht, ook LNG en waterstof zijn belangrijke peilers.

Volgens Van Essen zijn er verschillende problemen met het gebruik van biomassa. Ten eerste wordt maar 2% van het zonlicht via biomassa omgezet in energie, terwijl dit 15% is in zonenergie. Daarnaast is de strategie in Europa niet gericht op Biobased en is er veel tegenstrijdige regelgeving op het gebied van biomassa die versoepelt zou moeten worden. Als voorbeeld noemt hij DSM die nu in Amerika een plant gaat opzetten, omdat ze daar onder andere meer subsidie ontvangen. Kortom er zal een verandering moeten plaatsvinden in Europa als we mee willen doen en zelfvoorzienend willen worden in de toekomst. Nederland kan al een aanzet geven hiertoe door niet alleen R&D te bevorderen, maar ook startups en nieuwe projecten te ondersteunen. Samenvattend zei Van Essen “we schieten ons in eigen voet”. In Europa praten wordt te veel gesproken en te weinig gedaan, terwijl Europa maar vooral ook Nederland veel te bieden heeft op het gebied van Biobased. Zo zijn in Wageningen veel experts die onderzoek doen naar verschillende toepassingen gebaseerd op non-food biobased grondstoffen. Algen hebben bijvoorbeeld veel potentie om gebruikt te worden als groene grondstof, ook voor biobrandstoffen. Om in te spelen op deze toekomstige situatie heeft de Rotterdamse Haven een deel van de tweede maasvlakte gereserveerd voor bedrijven in de Biobased industrie. Bedrijven die bijvoorbeeld flessen maken van bioplastics kunnen zich hier vestigen.

De visionairs

Hierna volgde Guillaume Burghouwt, expert op het gebied van duurzame luchtvaart bij SEO Economisch Onderzoek (www.seo.nl/home/), die uitgenodigd was als de visionair op het gebied van de luchtvaart. Hij was realistisch over het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart: “alternatieven in brandstof voor de luchtvaart zijn klein. Er wordt niet voor niets gesproken over een verslaving aan kerosine”. Verschillende maatschappijen, zoals KLM, experimenteren wel met biobrandstoffen, maar de toevoer van biomassa is groot en er is dus veel grond nodig. Het doel is om in de komende jaren 3% bij te mengen, maar hier is de oppervlakte van heel Belgie nodig om deze biobased grondstoffen te leveren. Ook door de toenemende welvaart in China en India is er meer vraag naar kerosine. Daarom richt de luchtvaart zich niet op het gebruik van biobrandstoffen, maar meer op technologische innovaties op het gebied van vliegtuigontwerp en efficiëntere logistiek op luchthavens en in het luchtruim. In Europa willen ze het Europese luchtruim efficiënter benutten door er een groot luchtruim van te maken, in plaats van verschillende nationale luchtruimen met ieder eigen militaire gedeeltes. Hierdoor kan er rechtstreeks gevlogen worden in plaats van met een omweg. Dit alleen zal voor een reductie van 10% zorgen in brandstofverbruik. Maar, zo concludeerde hij, vliegen zal niet CO2 neutraal worden.

Een andere visionair is Thomas Straatemeier, mobiliteitsexpert bij Goudapppel Coffeng (www.goudappel.nl) en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft columns over de toekomst van ons reisgedrag. De inspiratie voor een van zijn columns haalde hij uit een bijeenkomst op het gebied van biobrandstoffen. Daar werd de vraag gesteld of wij op tijd technologien kunnen bedenken om in onze energiebehoefte te voorzien, voordat de fossiele grondstoffen op raakte? Het antwoord was nee. Daarom constateerde hij dat het niveau van mobiliteit aangepast moet worden. Een toekomst zonder lange afstandsverkeer. Wij, maar ook ons voedsel leggen veel afstand af. In de toekomst voorspelde hij dan ook vergunningen om lange afstanden te mogen rijden en dat voedsel veel meer lokaal verbouwd zal worden. Naar aanleiding van een aantal foto’s zette hij zijn verhaal kracht bij. Op de eerste foto waren een rij mensen te zien die allen wachtte om hun tankjes te kunnen vullen met olie. “Sandy laat ons zien hoe afhankelijk we zijn van fossiele grondstoffen”. Zijn visie is als volgt: “ik denk dat de kans groot is dat mobiliteit schaars wordt”.  Daarom wordt virtuele mobiliteit steeds belangrijker, “we worden gedwongen om de virtuele mogelijkheden te verkennen”, zoals nu al gebeurd bij virtuele vergaderruimtes. Hij voorspelt dat de auto niet meer als zodanig bestaat, maar dat auto’s op elkaar reageren. Daarnaast zijn er geen private auto’s meer, maar zal meer gezamenlijk gebruik worden gemaakt van auto’s. Daardoor zullen ook kleinere gemeenschappen ontstaan, wat niet per se als negatief ervaren hoeft te worden.

Aansluitend hierop was Sander van Bennekom aan het woord, beleidsadviseur van Oxfam Novib (www.oxfamnovib.nl). Hij vertelde dat hij steeds kritischer is geworden in het debat over biobrandstoffen. Bioenergie is een mooie ontwikkeling, maar innovaties en restafval zal niet in staat zijn om de hoeveelheden te leveren voor de behoefte die bestaat in de wereld. Hij belichtte ook de machtsverhoudingen die deze ontwikkeling met zich mee brengt. Er wordt op het moment veel land opgekocht in Afrika door China om biomassa te verbouwen en te verschepen naar China. Maar zoals hij benadrukte, is Afrika nog niet klaar voor deze machtsverhoudingen en zijn de gevolgen nog niet te overzien. Mensenrechten en machtsverhoudingen spelen nu een rol in de winning van biomassa, maar hier wordt niet naar gekeken in deze ontwikkeling naar de Biobased Economy, aldus Van Bennekom. Zijn laatste zin was dan ook “de prijs voor de huidige biomassa industrie is nog te hoog”.

 

Na afloop van de verschillende presentaties werden de sprekers en het publiek uitgenodigd voor een gezamenlijke discussie. Verschillende vragen werden gesteld naar aanleiding van de verhalen die gehoord zijn, en sprekers werden uitgedaagd hun standpunt te verdedigen. De avond werd besloten met een creatieve toegift van cartoonist Suus van den Akker en componist Perquisite, die de avond passend samenvatten. Deze bijeenkomst belichtte de verschillende kanten van de Biobased Economy, die de aanwezigen stof tot nadenken gaf.

 

 

Interesse om de laatste my2030s bij te wonen? Kijk op https://biobasedeconomy.nl/agenda/my-2032s-publieksbijeenkomst-geld-verdienen-in-de-bio-economie/

Foto’s: Cathelijne Berghouwer, www.cathelijneberghouwer.com, redactie{at}cathelijneberghouwer.com