Nieuws
Agenda

Positieve ontwikkelingen in verduurzaming biobrandstoffen

Na de verschillende berichten op het gebied van biobrandstoffen, stemt de ledenmiddag van het certificaat NTA8080 gunstig. NTA8080 is een certificering op het gebruik van duurzame biomassa voor de productie van biogas. Door deze certificering wordt de keten van biomassa tot het de maatschappij bereikt gecontroleerd op verschillende strenge duurzaamheideisen. Tijdens de NTA8080 ledenmiddag die gisteren werd georganiseerd door de NEN, werd dit certificaat besproken. Er zijn nu ongeveer 20 bedrijven die dit certificaat hebben aangevraagd of al gecertificeerd zijn. Verschillende van deze bedrijven waren ook bij de bijeenkomst aanwezig om de NTA8080 te bespreken.

Harmen Willemse heette ons allereerst welkom en introduceerde de verschillende sprekers op deze dag. Hij legde uit dat vooral interactie op deze bijeenkomst gewenst was en dat het gaat om het uitwisselen van de dilemma’s die zich voordoen met NTA8080.

Als eerste werd Mathijs Groeneveld van Essent uitgenodigd om te presenteren hoe Essent omgaat met dit certificaat, en waar nog eventuele knelpunten liggen. Groeneveld vertelde dat Essent geen biogas produceert, maar verhandelt. Zij kopen biogas in bij verschillende producenten en leveren dit aan particulieren en bedrijven. Hij begon met de vraag wie de KRO documentaire van Reporter had gezien over biovergisting. Veel van de aanwezigen knikten en er ontstond direct een discussie over deze documentaire. De algemene conclusie was de aanlevering van biomassa gevoelig is voor fraude, maar dat de sector op zich goed werkt. Een van de aanwezigen uitte zijn bezorgdheid: “dit incident werpt een schaduw over de sector”. Juist door de certificering en strenge controle op de biomassa zelf, is dit te beperken. Essent houdt hier ook rekening mee en neemt alleen biogas af wanneer de leverancier betrouwbaar is. Dit betekent dat ook de leverancier, bijvoorbeeld een boer met een vergister, goed moet controleren wat erin komt. Maar niet alleen moet er gecontroleerd worden, “er moet ook gehandhaafd worden”, aldus een andere toehoorder. Groeneveld stelde twee punten van het gebruik van NTA8080 ter discussie. Allereerst was zijn vraag: “Tot waar in de keten is certificering door NTA8080 noodzakelijk?”. Er zijn verschillende certificaten die binnen de keten overlappen. De NTA8080 behandeld de keten van biomassa tot het netwerk (de schakel tussen voorgaand en wanneer de maatschappij ermee in aanraking komt). Maar in het begin van de keten, bij de inkoop van biomassa zijn ook al certificaten, bijvoorbeeld Vertogas en VVAK. Zijn tweede vraag was dan ook “Kan NTA8080 aansluiten bij bestaande certificaten?”. Deze vraag had veel bijval van toehoorders en binnen de discussie die ontstond legde Willemse (NEN) uit dat het makkelijker lijkt dan het is, door het verschil in strengheid van de eisen die andere certificaten nastreven en die de NEN nastreeft.

Hierna was Bianca Rombout-Hage aan het woord namens Attero, een afvalverwerkingsbedrijf die verschillende (GFT)vergisters heeft en hun biogas verkopen aan Essent. Al hun vergistinglocaties zijn NTA8080 gecertificeerd. Op het moment is Attero de grootste producent van groen gas. Ook haar dilemma’s waar ze tegenaan liep met de certificering van een deel van de keten waren gericht op de overlap tussen de verschillende ISO certificaten en de NTA8080. Willemse (NEN) haakte hierop in door op te merken dat niet alle certificaten een verplichting zijn, en dat er keuze is. Ook sneed Rombout-Hage de verschillende eisen in de NTA8080 aan, namelijk de CO2 reductie en het borgen van duurzaamheid in vergelijking met andere certificaten.

Europa dreigt niet mee te tellen

Deze twee presentaties zorgde voor stevige discussies en veel vragen richting de NEN, vooral over de aansluiting op andere certificaten en hoe hiermee om te gaan als bedrijf. Ook ontstond er een gevoel onder de toehoorders dat Europa niet meer mee gaat tellen door alle verschillende certificaties en regels. Na de discussie werd er een korte pauze ingelast.

De volgende spreker was Arjen Brinkmann van Brinkmann Consultancy. Hij stelde de duurzaamheid van de NTA8080 aan de kaak met de vraag “stelt de NTA8080 wat voor op dat gebied?”.  Zijn conclusie was dat het aanvragen van de NTA8080 niet moeilijk is wanneer de documentatie op orde is, wordt voldaan aan wet en regelgeving, wanneer gedocumenteerd wordt waar welke reststromen vandaan komen en heen gaan en als gebruikt wordt gemaakt van de standaard waarden voor de broeikasgasbalans. Maar kijkend vanuit duurzaamheid, bestaat voor reststromen uit bosbouw en landbouw de vraag rond de toetsing van behoud van bodemkwaliteit. Daarnaast hangt de complexiteit ook sterk af van buitenlandse spelers en reststromen en van de lokale situatie en het type biomassa. Kortom, ondanks dat de NTA8080 veel controle voert op de duurzaamheid, blijft het toch lastig om de gehele stroom te controleren. Daarnaast heeft biogas ook een concurrerende positie met andere alternatieve toepassingen, zoals veevoer maar ook biobased bouwmaterialen.

Hij vulde aan met “de NTA8080 zich heeft bewezen voor Nederlandse reststromen, ook omdat er vrij gemakkelijk aan kan worden voldaan”. Maar voor de geloofwaardigheid op langere termijn dienen een aantal duurzaamheidaspecten kritisch te worden beschouwd onder meer op gebied van bodemkwaliteit, biodiversiteit en welvaart en welzijn in ontwikkelingslanden. De definitie van wat reststromen zijn, evolueert. Hierin meebewegen is volgens hem cruciaal voor de toekomstige positie van NTA8080.

Harmonisatie als doel

Als afsluitend woord vatte Willemse de ochtend kort samen. “De wil is er en harmonisatie is het doel”, aldus Willemse. Hij constateerde dat er veel input is voor de NEN om de NTA8080 te gaan herzien en te verbeteren. Een aanpassing die we in de loop van volgend jaar kunnen verwachten.

Na deze dag volgde de NEN themamiddag gericht op Biobased brandstoffen en materialen. Mocht u meer informatie willen over NTA8080 kunt u contact opnemen met Harmen Willemse: nta8080@nen.nl