Groen gas fnuikt duurzame toekomst

Met nieuwe technologieën kunnen we grondstoffen, waarvan we een paar jaar geleden nog dachten dat we ze niet konden eten, tot veevoeder omzetten. Het gaat nog verder, uit biomassa kunnen we tegenwoordig ook voedsel of chemicaliën maken. Economisch gezien zijn dat toepassingen die veel rendabeler zijn dan biomassa te gebruiken voor transportbrandstof of voor de opwekking van elektriciteit. Maar waarom gaan er nu dan toch zo veel middelen van de overheid naar deze meest laagwaardige toepassingen?  Aldus Johan Sanders, hoogleraar biobased commodity chemicals aan Wageningen University, lid commissie-Corbey voor duurzame biomassa en lid platform biorenewable business.

“Ik vind dat schrijnend. Het ministerie van EZ steunt plannen om CO2 uit biogas te verwijderen. Jaarlijks komt daar nog 300 mln tot 400 mln bij om dit groengas aan het aardgasnet toe te kunnen voegen. Dat klinkt geweldig, maar het zijn onnodige kosten zolang we nog grote hoeveelheden aardgas in elektriciteit omzetten. Dit groene gas is te duur om als grondstof voor elektriciteit te kunnen concurreren met aardgas of kolen. Het heeft, toegepast als transportbrandstof, wel een lagere kostprijs dan diesel of benzine, maar ook een merkwaardig bijeffect. Het ministerie van Financiën krijgt onnodig ruim 2 mrd minder accijnzen omdat simpel geredeneerd groengas concurreert met lpg, dat lage accijnzen opbrengt, en niet concurreert met diesel of benzine waarop hoge accijnzen worden geheven. Op haar zoektocht naar een duurzaam beleid organiseert de overheid grote verschillen aan heffingen in een en dezelfde markt voor transportbrandstoffen, bij elkaar meer dan een euro per liter benzine-equivalent. Deze laagwaardige toepassing van 3 miljard m3 groengas kost de samenleving jaarlijks een kleine 3 mrd. Gevolg is bovendien dat het mooie grondstoffen wegzuigt richting groengas. Dat remt de beschikbaarheid voor toepassingen als chemicaliën of materialen waarvan de waarde hoger is. Bepaalde onderdelen van de plant zijn geschikt als uitgangsstof voor de chemie. Tegelijkertijd moeten andere delen van diezelfde plant ook tot waarde gebracht worden om tot een gezonde business te komen, zonder subsidie.

Het gaat erom dat we de componenten uit planten leren gebruiken als grondstof voor bulkchemicaliën, omdat dezelfde grondstof in dat geval tot tien keer meer waard is dan bij gebruik voor biogas of elektriciteit. In het buitenland bestaan al verschillende processen waarbij bulkchemicaliën uit biomassa commercieel worden geproduceerd. De chemische industrie in Nederland is goed voor 10% van het bruto nationaal product. Samen met België en Noordrijn-Westfalen (D) is Nederland een uitzondering binnen de EU. Die haalt gemiddeld slechts 3% van het bnp uit de chemische industrie. Nederland heeft een kans gemist. Bij de duurzaamheidsdiscussie in Brussel is het de overige landen blindelings gevolgd in hun wens om slechts elektriciteit en transportbrandstoffen onder de duurzaamheidsrichtlijnen te krijgen. Voor de EU als geheel is de chemie immers van weinig belang. Biomassa voor chemie levert per ton biomassa meer dan het dubbele aan CO2-reductie op. Nederland moet in Brussel ook de chemie in stelling brengen om aan duurzaamheidsrichtlijnen te voldoen. Nederland heeft sterke kanten om een hoogwaardige `biobased economy’ fors te versnellen zoals een sterke akkerbouw, een sterke chemische sector, zeehavens en de benodigde kennis. We moeten toe naar een eerlijk speelveld van accijnzen, subsidies en andere overheidsmaatregelen voor alle toepassingen van biomassa. Anders wordt ons streven om in 2050 als Europa 80% minder fossiele CO2 te produceren onbetaalbaar. Ingrijpender is dat we intussen schaars geld en aandacht blijven steken in laagwaardige toepassingen van biomassa en daarmee de ontwikkeling van een leercurve blokkeren om diezelfde biomassa steeds hoogwaardiger in te zetten. We moeten niet wachten tot er weer een staatsecretaris van Financiën bedenkt dat het subsidiëren van laagwaardige producten niet erg slim is. Want als dat al zou gebeuren, dan hebben we weer een aantal kostbare jaren verloren.”