Nieuws
Agenda

Nieuwe ketenpartners in bio-economie moeten bouwen aan vertrouwen

NWO– Om de bio-economie tot een succes te maken zijn nieuwe waardenketens nodig waarin boeren, chemici, energiebedrijven en andere partners nauw met elkaar samenwerken. Dat zij vaak verschillende verwachtingen hebben is een mogelijke barrière voor de bio-economie. Kennismakelaars kunnen een rol spelen bij het tot stand brengen en soepel laten functioneren van de nieuwe waardenketens. Dit stellen dr. Lotte Asveld en dr. Jurgen Ganzevles op grond van onderzoek in het NWO-programma Maatschappelijk verantwoord innoveren waarin ze intensief samenwerkten met bedrijven en NGO’s. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Patricia Osseweijer en wordt binnenkort gepresenteerd.

Biomassa als grondstof

In een bio-economie is biomassa een grondstof voor een reeks van producten: geneesmiddelen, voeding, chemische materialen, transportbrandstoffen en energie. Techniekfilosoof dr. Lotte Asveld (Technische Universiteit Delft) en technieksocioloog dr. Jurgen Ganzevles (Radboud Universiteit Nijmegen) onderzochten welke sociale hindernissen er voor de transitie naar een bio-economie te verwachten zijn en hoe deze kunnen worden overwonnen. Daarbij werkten ze nauw samen met belanghebbenden in de nieuwe bio-economie, onder wie vertegenwoordigers van Eneco, DSM, Stichting Natuur & Milieu, de Rabobank, afvalverwerker Van Gansewinkel, consultants en een provincie. Deze partners gaven richting aan het onderzoek, fungeerden als klankbord en droegen pionierprojecten aan, die door de onderzoekers uitgebreid werden geanalyseerd. Rondom een varkensflat, een biogasfabriek en toepassing van synthetische biologie brachten zij aan de hand van interviews en media- en literatuuronderzoek in kaart wat er goed ging, waar men tegenaan liep en welke argumenten een rol speelden in de maatschappelijke discussie.

Nieuwe fase landbouw

Het ontstaan van de bio-economie zal naar verwachting een grote impact hebben op de landbouw. Van (hoofdzakelijk) voedselproducent verandert de boer in een veel breder opererende ondernemer. Omdat biomassa zoals mest, koolzaad, gras of algen vaak nat is en zich dus lastig over grote afstanden laat vervoeren, is het economisch aantrekkelijk om productie en verwerking bij elkaar te brengen. Verwerkingsinstallaties zullen dus in de buurt van of zelfs op het boerenerf worden gebouwd. Tot op zekere hoogte zouden de chemische, agrarische en energiesector zelfs met elkaar kunnen integreren. Om de bio-economie efficiënt en rendabel te maken zal technologie een steeds grotere rol spelen. Deze ontwikkelingen luiden een nieuwe fase in de industrialisering van de landbouw in, die zich nu al aftekent in de vorm van biogasinstallaties op het boerenerf en waarvan aannemelijk is dat zij steeds verder zal doorzetten.

Uiteenlopende perspectieven

Om de bio-economie tot een succes te maken, is verregaande samenwerking nodig tussen bijvoorbeeld boeren, bosbouwers en chemici: nieuwe partners en vreemden voor elkaar, met uiteenlopende perspectieven. Zo verschillen ze in hun verwachtingen over de kwaliteit van biomassa of moeten ze wennen aan een nieuwe rol. Boeren aanvaarden dat biomassa grillig van samenstelling is, want een natuurlijk product. Chemici eisen juist een constante kwaliteit; die is nodig voor het industriële proces. Bosbouwers zijn gewend snoeihout als afval te zien, waarvan het niet uitmaakt als het vermengd is met stenen of kluiten aarde. Voor de verwerkers is snoeihout echter een grondstof, waarvan de zuiverheid wel degelijk van belang is. Het komt erop aan verschillen in verwachtingen, behoeften en interpretaties expliciet te maken, maar ook de gedeelde belangen te benadrukken, stellen de onderzoekers. Alleen zo kan een waardeketen ontstaan waarin de partners elkaar vertrouwen en effectief kunnen samenwerken. Kennismakelaars of gedragscodes kunnen hierbij een rol spelen.

Varkensflats als De Knorhof in Buren met 13.000 varkens zijn beter voor het milieu en dierenwelzijn, maar stuiten toch op bezwaren van burgers.

Dialoog met de samenleving

Ook met de samenleving in brede zin zal de bio-economie die aan het ontstaan is een gezonde verhouding moeten opbouwen. Verdere industrialisering van het landelijk gebied botst met beelden van burgers, die juist de relatieve ongereptheid van het agrarisch landschap waardevol vinden. Toepassing van genetische technologie of synthetische biologie wordt in een industriële setting wel geaccepteerd, maar stuit in een open omgeving op bezwaren van de milieubeweging. De onderzoekers destilleren een reeks van aanbevelingen om deze problemen te ondervangen: garandeer veiligheid, reduceer overlast, betrek omwonenden bij de verandering, ontwerp installaties zo dat ze passen in het landschap, houd ze kleinschalig en stel het gemeenschappelijk doel centraal: vervangen van schadelijke fossiele brandstoffen door duurzame biomassa en het sluiten van de waardeketen door alles uit de natuur te halen wat zij te bieden heeft.

Economische (on)rechtvaardigheid

Wat betreft de discussie over biotechnologie stellen de onderzoekers voor de nadruk te verleggen van ecologische risico’s naar economische onrechtvaardigheid, omdat juist die op dit moment de meeste weerstand oproept. Zo zou de monopoliepositie van de gewasproducenten moeten worden herzien. Een dialoog tussen bedrijven en milieubeweging lijkt steeds beter mogelijk, aldus de onderzoekers. Het is opvallend dat bedrijven concepten die ooit door de milieubeweging zijn gemunt in hun eigen jargon hebben opgenomen.

Het project KINESIS, uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Patricia Osseweijer, maakt onderdeel uit van een breder opgezet onderzoeksproject voor het NWO-programma Maatschappelijk verantwoord innoveren: Towards a bio-based future: joining forces to maximize conditions of success for the transition towards a more natural and sustainable global food chain. Dit project, uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Hub Zwart (Radboud Universiteit Nijmegen), loopt nog door tot januari 2015.

Door: NWO