Nieuws
Agenda

Monitor Biobased Economy naar de Tweede Kamer

Minister Kamp heeft de monitor Biobased Economy 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd. De monitor is een jaarlijkse meting die de ontwikkeling van de biobased economy op hoofdlijnen weergeeft. In de monitor 2014 is extra aandacht besteed aan de stand van zaken in de regio. Om de kansen voor biobased ontwikkeling in Noord-Nederland te tonen, is het resultaat van het onderzoek Noord4Bio bijgevoegd. Tot slot wordt aandacht besteed aan de onderzoeksagenda van de TKI Biobased Economy, die op 4 juni jl. gepubliceerd is. 

Lees meer in de :Monitor Biobased Economy.

Conclusies

Hieronder vindt u de belangrijkste conclusies uit de Monitor, het onderzoek Noord4Bio en de onderzoeksagenda. De ontwikkeling van de biobased economy verloopt goed. In de regionale clusters is er sprake van een krachtige samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden waarbij hard gewerkt wordt om potentiele business cases marktrijp te maken. Dit lukt momenteel voor de bedrijven die zich op energietoepassingen richten, mede door de inzet van de SDE. De chemie en materialen slagen hier nog minder in. Kamp acht het van groot belang om de kansen van de biobased economy voor Nederland te benutten en zal de komende periode vooral inzetten op een goed onderzoeksklimaat, het versterken van de vraag naar biobased producten en de investeringsmogelijkheden van bedrijven.

Regionale ontwikkeling BBE zet door

De biobased economy is een gestaag groeiende economische activiteit in Nederland en bevindt zich aan het begin van een “take off” fase (zie afbeelding 1). Dat wil zeggen dat al veel BBE-bedrijven hun onderzoek en opschaling achter de rug hebben en voor producten een plaats in de markt zoeken. Dit is vooral te concluderen op basis van de gegevens vanuit de BBE-clusters: De Biobased Delta en SourceB (Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) hebben voornamelijk een focus op de groene (basis) chemie en biofuels, Noord4Bio en Bicon, (Noord- en Oost-Nederland) richten zich meer op de verwaarding van organische reststromen tot energie, materialen en producten en in de Noordvleugel, met daarbinnen Amsterdam (Noord-Holland, Utrecht, Flevoland), wordt meer gewerkt met reststromen uit de gebouwde omgeving en toepassingen hiervan.

Er zijn door de BBE-clusters meer dan 800 projecten geïdentificeerd, waarin ongeveer 700 bedrijven werken. In de laatste drie jaar is meer dan 1,5 miljard euro in deze projecten geïnvesteerd door bedrijven en overheidsinstellingen (rijk en regio). Hiervan was 1,1 miljard euro bestemd voor bio-energie. De directe en indirecte economische toegevoegde waarde van BBE bedraagt 4,3 miljard euro en levert 44.000 fte aan werkgelegenheid.

De BBE-clusters zoeken verbinding met de lokale kennisinstellingen en industrie en van daaruit met de nationale overheid en met Europa. De inspanningen van de regio’s en de inzet van de landelijke overheid vullen elkaar aan en versterken elkaar.

Langzame opkomst van chemie en materialen

Uit de monitor blijkt dat de BBE chemie en materialen langzaam in omvang toenemen. Bij de biobased chemie en materialen bevinden veel bedrijven zich nog in de ontwikkel- en demofase. Zij zullen van daaruit de komende jaren opschaling en implementatie in de markt zoeken. De marktontwikkeling is zeer breed en omvat zowel chemie voor verzorgingsproducten (Unilever, AkzoNobel, DSM), bioplastics (Oerlemans, Corbion) biobased materialen, bijvoorbeeld inkt, lijm (Croda, DSM) en bouwmateriaal (Synbra, Nebasco), als productie en gebruik van drop-in chemicaliën als bionafta en biopropaan (Neste Oil, Sabic). Veelbelovend is de notie dat de Noordwest-Europese landen, en zeker ook Nederland, zelf grondstoffen kunnen produceren tegen concurrerende wereldprijzen. Het gaat hierbij vooral om suikerbieten ten behoeve van chemie en bioplastics[1].

Innovatie: aantal bedrijven stijgt geleidelijk

De generieke innovatie-instrumenten, zoals WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelwerk), RDA (Research & Development Aftrek) en Topsectorenbeleid, laten een toename zien van het gebruik van deze regelingen voor BBE-initiatieven.

Voor de WBSO zien we in de periode 2008 – 2013 ook een toename van het aantal BBE-bedrijven van 731 tot 1274[2]. De financiële bijdrage aan de loonsom voor onderzoek en ontwikkeling in de BBE daalt licht. Dit komt omdat meer mkb-bedrijven[3] de regeling weten te vinden. De RDA (sinds 2012) is voor BBE toegenomen van 60 miljoen naar 95 miljoen euro in 2013. De MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT) stijgt van 0,22 miljoen naar 7,6 miljoen euro. De grootste daling is in de TKI-middelen te vinden. De oorzaak hiervan is het geleidelijk aflopen van de bestaande onderzoeksprogramma’s. In de onderzoeksagenda TKI biobased economy 2015 – 2027 krijgen nieuwe programma’s vorm.

Het onderzoek Noord4Bio

Om het toekomstperspectief voor de chemische industrie in Noord-Nederland te verkennen is begin 2014 een commissie ingesteld onder leiding van oud-Shell topman Rein Willems. De Commissie Willems heeft in de toekomstvisie voor 2030 het volgende gesteld: “In 2030 is de Eemsdelta een sterk chemiecluster met basischemie en een breder portfolio aan chemische producten ontleend aan groene grondstoffen (‘bio-based’)”[4]. Het rapport van de Commissie Willems was reden voor het kabinet om een onderzoek naar biobased kansen in Noord-Nederland aan te kondigen. De studie is uitgevoerd door het Wageningen University and Research Centre. Het resultaat is Noord4Bio: een plan om te komen tot vergroening van de economie in Noord-Nederland.

Noord4Bio onderkent negen potentiële clusters van projecten op basis van in het gebied aanwezige bedrijven, waarvan er vier de potentie hebben om middels een uitvoeringsagenda snel tot ontwikkeling te worden gebracht. Deze kunnen als motor voor verdere ontwikkelingen werken:

1. Koolhydraten uit bioraffinage voor de chemie (biobased building blocks).

2. Eiwitschuur voor Nederlandse en Duitse veevoeders (eiwitten).

3. Biobased chemie in Delfzijl (Chemiecluster Delfzijl laten aansluiten op andere (groene) grondstoffen).

4. Van koolhydraten naar polyesters en andere bioplastics (productie van eindproducten).

 Een kopgroep van zes bedrijven met een positie en belang in de biobased economy in Noord-Nederland is gevraagd om de drijvende kracht achter deze ontwikkeling te zijn. Vervolggesprekken over de actieagenda zijn gaande. De drie noordelijke provincies onderschrijven het belang van de biobased economy en de Noord4Bio studie voor Noord-Nederland. Vanuit de provincies zal actief geparticipeerd worden in de opstelling van de uitvoeringsagenda. De regionale stakeholders, en vooral de bedrijven zijn aan zet.

Onderzoeksagenda TKI Biobased Economy 2015 -2027

Samenwerking is ook het kenmerk van de onderzoeksagenda van het TKI Biobased Economy: “B4B: biobased voor bedrijven, burgers en beleid”. Deze onderzoeksagenda Biobased Economy 2015 – 2027 beschrijft vier programmalijnen (of roadmaps) voor de ontwikkeling van de BBE in Nederland met een vergezicht naar 2027. Bioraffinage en cascadering staan centraal. Het gaat om de volgende programmalijnen:

  1. Thermische conversie van biomassa, (biomassa verwerken onder hoge temperatuur).
  2. Chemisch katalytische conversietechnologie, (biomassa verwerken met chemische reacties).
  3. Biotechnologische conversietechnologie (biomassa verwerken met micro-organismen).
  4. Solar capturing & biomassa productie(rechtstreeks grondstoffen en producten maken uit CO2 en zonlicht met behulp van micro-organismen en innovatieve teelten).

De topsectoren Agri&Food, Chemie en Energie hebben hier gezamenlijk aan gewerkt en zullen ook bij het vervolg betrokken blijven. Bij de totstandkoming van dit plan heeft een publieke consultatie plaatsgevonden. Hiermee is breed draagvlak verkregen voor de agenda. Bedrijven hebben zich inmiddels voor 270 miljoen euro gecommitteerd aan dit programma. Onder dit plan liggen uitgebreide en integrale analyses van het Nederlandse en EU-speelveld. Vervolgens geeft het een beeld van de route naar 2027, inclusief de randvoorwaarden, doelen, programmalijnen, en budget. Vanaf eind 2014 lopen een aantal van de bestaande programma’s en hun financiering af. Een basis vormt de financiering van de TO2-instellingen, met de komende jaren bijna 12 miljoen euro per jaar, en het NWO met 3 miljoen euro per jaar. Het budget vanuit de Topsector energie van 10 tot 12 miljoen euro per jaar is een belangrijke bron voor bio-energieprojecten. Volgens de TKI Biobased Economy is voor de agendaperiode aan publieke middelen 7 miljoen euro, oplopend naar 15 miljoen euro, per jaar nodig om het programma te financieren.

Bron: Brief Minister Kamp aan Tweede Kamer.