De agrarische sector, voedselproductie en biogrondstoffen

Tot op de dag van vandaag ligt de focus van de agrarische sector vrijwel volledig op voedselproductie. Ook bij het Ministerie van Landbouw. Best logisch, omdat sinds de start van de Europese Unie als EEG, de voedselproductie steeds de kern is geweest van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid. Schaalvergroting, research en development, scholing, mechanisatie en mondialisering hebben geleid tot een enorme productiviteitsstijging en tot een hoge mate van voedselzekerheid en voedselveiligheid.

In een economie die niet primair functioneert op basis van fossiele grondstoffen, zijn biogrondstoffen onmisbaar. Niet voor bijstook in energiecentrales maar als grondstoffen voor tal van onderdelen van de bouw en andere industrie.

Akkerbouw, tuinbouw en bosbouw hebben alles in huis om biogrondstoffen te kunnen produceren; reststromen maar ook nieuwe gewassen of door nieuwe toepassingen van bestaande gewassen.

Natuurlijk roept dat de vraag op of daarmee dat ten koste zal gaan voor de voedselproductie. Met goede afspraken en duidelijke communicatie moet het mogelijk zijn dat te voorkomen. Het gaat er om nieuwe markten te bedienen zonder dat de voedselvoorziening daar onder lijdt.

Vraag 1:
Wat is het belang van biogrondstoffen naast voedselvoorziening?

Antwoord: Het klimaat en de ook toekomst van boeren en tuinders.

Door het openen van nieuwe markten ontstaan er nieuwe kansen voor de agrarische sector. Niet onbelangrijk in een tijd waar boeren permanent onder druk staan.

Start met organiseren van de keten voor biogrondstoffen!

Vraag 2:
Hoe breng je het ten uitvoer?

Antwoord: In dit geval is er maar één weg en dat is de noodzakelijke ketens organiseren.

Dat kan alleen als de overheid een centrale, sturende en coördinerende rol speelt in zaken als:

  • Afspraken over af te nemen en te produceren hoeveelheden en de bijbehorende kwaliteitseisen.
  • Meerjarige contracten voor levering en afnamezekerheid.
  • Opbrengsten per hectare laten concurreren met traditionele teelten.

Vraag 3:
Is er wel voldoende potentieel is in Nederland?

Die vraag is al beantwoord door de Commissie Corbeij in 2020 in de vorm van de Routekaart Nationale Biogrondstoffen.

Nederland kan in 2030 10 miljoen ton biogrondstoffen meer beschikbaar maken, bovenop de 30 miljoen ton die nu beschikbaar is voor voedsel, veevoer en materialen en energie.

Hoe dan?

Dat staat heel concreet in de Routekaart.

Rest de rol van de overheid. Misschien is het zinnig ook daar terug te kijken naar het Gemeenschappelijke landbouwbeleid. Na de oorlog had voedselvoorziening topprioriteit. Middel bij uitstek om de doelstellingen te bereiken waren de dwingende Europese marktordeningen. Daar is het bedrijfsleven, inclusief boeren, niet slechter van geworden.
Nu heeft vanwege de klimaatproblematiek de transitie topprioriteit. De blauwdrukken van marktordeningen liggen vast nog voor het grijpen in de archieven van het Ministerie van LNV aan de Bezuidenhoutseweg. Je zou er zo maar, zonder beleidsnotitie, mee kunnen beginnen.

Jaap van de Linde, namens

logo Federatie Bio-economie Nederland
logo stichting Agrodome

Federatie Bio-economie Nederland.
Agrodome Wageningen.